Slaap zacht


Nu de rook om ons hoofd is verdwenen, wil ik nog één keer terugkijken op die nachtmerrie genaamd KNVB Bekerfinale. Nu we beide doelen vanaf de middenstip weer kunnen zien, en de grasmeester van De Kuip de wonden van zijn adembenemend mooie grasmat likt, wil ik die vreemde 5-1, het zoveelste incident dit seizoen proberen te duiden.We hebben het gewoon weer laten gebeuren. En ik heb er zelf aan meegedaan. Ik ging de wedstrijd in met hetzelfde gevoel als in de aanloop naar ‘Salzburg’. Toen zat ik met mijn gedachten ook al een beetje bij ‘Basel’. Hoe zouden díe zich onder de druk van Ajax uit voetballen? Wij hadden immers Barcelona verslagen? Spelers en trainer wilden graag de Uefa-cup winnen en spraken dat hardop uit. Natuurlijk wisten we dat Salzburg leuk kon ballen, maar dan moesten ze hem wél eerst hebben. En wij hebben de bal meestal. Gemiddeld toch gauw 65% van een wedstrijd.

Wij hadden die Triple, De Cruijffschaal, De Beker en het Landskampioenschap, zondagmiddag allang binnen, in ons hoofd. Als eerste club in Nederland ging ons dat lukken. Tegen Zwolle! Zeker, die provincialen zouden best een helftje in de weg kunnen lopen, maar daarna zouden we freewheelend na 70% balbezit die beker op gaan halen.
Wij, en helaas de spelers met ons, hebben PEC Zwolle met open ogen lopen onderschatten. De eerste speelminuten werkten daar ook nog eens keihard aan mee. Ricardo van Rhijn zag de bal op zich af stuiteren en dacht: iedereen verwacht sowieso dat ik hem in de Maas mik, dus ik haal gewoon een keer uit. Chill! Anderhalve seconde later plofte een paasbest zondagsschot achter Zwolle-keeper Boer via de lat en de grond tegen het net. Ik had op dat moment zelfs al een beetje medelijden met de sympathieke trainer Jans. Kansloos was hij, meteen al.

Ajaxminnend Nederland ging er eens even goed voor zitten, of in mijn geval: liggen. Ik kan dit seizoen namelijk vaak hele stukken van een uitwedstrijd niet meer navertellen, omdat ik vanwege ons spelpeil in de slaapmodus schiet. Dan kan je maar beter alvast gaan liggen, vind ik. Op die manier is bijvoorbeeld in de halve finale de rode kaart van AZ mij volledig ontgaan, en twitterde ik na afloop trots, dat we die klapfolderende Alkmaarders toch maar mooi met 10 man hadden verslagen. Op zo’n moment is Twitter meedogenloos. Kostte me volkomen terecht binnen een minuut 12 volgers.

Had Zwolle zondag meteen gelijk kunnen maken, dan had ik er nog wel vertrouwen in gehad. Maar nu hebben we dus bijna een half uur met 0-1 voor gestaan, zonder te voetballen. Liepen de Ajacieden in de catacomben in gedachten al in een winnende rode badjas, te loeren wat de mooiste achtergrond zou zijn voor een selfie, met KNVB-Beker. Voor wie met Pasen liever andere dingen deed, zal ik uitleggen wat er gebeurde na dat fenomenale doelpunt van Van Rhijn.

Kijk, ik heb zelf in het verleden ook wel eens zitten mopperen op Kenneth Vermeer. Tijdens die Utrechtse game, set and match van 6-4 in 2011 bijvoorbeeld, en vaak daarna. Rode vlekken in mijn nek als Kenneth achterin de bal ging rondspelen. Maar ik heb nooit gedacht: die ga ik uitroken! Nooit. Dat doe je niet. Net als de waarschijnlijk eveneens vertrekkende Siem de Jong stond Kenneth aan de wieg van drie kampioenschappen op rij, en onze harde kern had een merkwaardige manier gevonden om Vermeer daarvoor te bedanken: een rookbombardement. Resultaat: Vermeer vermist, zwarte plekken in de perfecte grasmat, een vloekende grasmeester en twee teams die na de tweede luchtaanval naar de kleedkamer mochten.

Dan kan Frank de Boer op dat moment wel roepen dat ze net moeten doen alsof het nog 0-0 staat, maar daarmee zeg je als coach eigenlijk dat je bang bent voor onderschatting. Het leed was al geschied. En dan komt het meestal niet meer goed, met Ajax.
Het Ajax anno 2014 onderschat om voor mij onduidelijke redenen maar een paar clubs níet. En als de motivatie dus ontbreekt, zijn we niet de beste, #WZAWZDB je weet wel, maar zijn we eerder Ajax, soms de minst slechte. Het regelmatig onderschatten van de tegenstander is niet iets van de laatste tijd. Dat gebeurt al zeker 100 jaar. Maar door de geschiedenis heen was er in de meeste gevallen iets waarop een Ajax-team altijd kon terugvallen: kwaliteit. Dan liep het balletje misschien iets minder soepel, maar kwamen we toch wel thuis met een simpele 3 of 4-1. Op techniek.

Tegenwoordig gaat de bal rond tot het donker wordt, en verwarren we dominantie met balbezit. Hopen we na vijf minuten al dat Kishna de op links zwoegende Sigthórsson uit zijn lijden mag komen verlossen. We snakken naar creativiteit. Dit Ajax wordt misschien dankzij een slechte Eredivisie elk seizoen een beetje eerder kampioen, maar met de juiste instelling was het eind maart al zover geweest. Ook instelling is een kwaliteit. Duits degelijk is het nu alleen vaak nog. In zo’n geval is onderschatting van welke tegenstander dan ook volledig uit den boze. We lossen het voetballend namelijk niet snel meer op.

Geheel in de stijl van dit seizoen gaan we daarom heel lelijk kampioen worden op een strook kunstgras, onder de rook van onze Oosterburen. Maar ik sluit ook niet uit dat het pas op de allerlaatste speeldag gebeurt, moeizaam tegen NEC. Ik ben het gedeeltelijk met Johan Cruijff eens. Die 5-1 nederlaag tegen Zwolle zou een geschenk uit de hemel moeten zijn, maar is slechts voor kennisgeving aangenomen. Lasse Schöne durfde zelfs te beweren dat we deze blamage alweer vergeten zijn, na het behalen van het kampioenschap. Dan weet je het wel. Met zo’n instelling komt het einde van het seizoen geen wedstrijd te vroeg. Welterusten.

Ron Schiltmans